Waarom deze titel zul je denken. Dat komt, omdat september de eerste maand is van het opbouwen. Afgelopen maand heb ik 3 wedstrijden gehad waaronder de 5km in Varseveld (Kramprun), Wielerronde (Ronde van Winsum) en de promotie/degradatie wedstrijd van de senioren competitie. Elk van deze wedstrijden heeft mij weer op scherp gezet en mij een idee gegeven hoe het ervoor staat met de beentjes.

Allereerst was er voor het eerst echte aandacht voor mij binnen een wedstrijd. Vooraf ben ik bij de Kramprun aangekondigd en verwachtingen lagen natuurlijk al gauw op mijn weg. Uiteindelijk liep ik een niet opvallende race naar een tijd van 15.55 min en een 16e plek. Teleurstellend was het resultaat ook voor mijzelf, maar wat had ik dan gedacht na zo’n korte opbouw periode? De eerste les die ik leerde was eentje van de kilometers. Meer omvang maken is noodzakelijk en ik ben de dag erna meteen begonnen met een lange duurloop van 18km. Vanaf nu staan de kilometers op het programma

Wat beter om kilometers te maken zonder dat je je benen op schokbelasting trakteert dan een wielerkoers te fietsen. De ronde van Winsum was een uitgelezen kans om het hart-long systeem te trainen en eens mentaal een fikse klap te incasseren. Zo gezegd zo gedaan. Na 55 km kwam de genadeslag van het peleton en moest ik lossen. Na iets te gretig voorin te rijden reed het peleton mij na een korte demarage op een achterstand van zo’n 30 meter. Net te ver om terug te komen en na 69km werd ik dan ook op een ronde gezet en besloot na een zware strijd het peleton voor te blijven de strijd te staken. Trillend op mijn benen stapte ik af. Missie geslaagd. Mentaal heb ik een aantal keer geïncasseerd en toen de benen het echt niet meer trokken was mijn hoofd nog steeds niet klaar om op te geven.

De senioren competitie was vooral lastig, omdat ik voor het eerst na mijn super seizoen van 2012 in de buurt van mijn specialiteit kwam. De 1500m was mij toevertrouwd en winnen was de opdracht. Klinkt makkelijk en achteraf was het dat ook wel, maar vooraf was er wel een zekere spanning. Mede atleten die komen vragen hoe hard ik zou gaan lopen en opmerkingen als “ik ren gewoon achter Kupers aan” hoorde je links en rechts. Uiteindelijk liet ik me te veel beinvloeden door allerlei invloeden van buitenaf die totaal niet relevant waren op dat moment. Hierdoor startte ik erg ingehouden en liep ik uiteindelijk een vlakke race (64, 65, 65 en laatste 300m 45) zonder dat ik echt doodop aan de finish kwam. Dit is toch wel iets waar ik naar streef als ik een wedstrijd loop, want ik wil graag zo goed mogelijk lopen. De les die ik dus hieruit moet trekken is dat ik weer opnieuw moet leren omgaan met invloeden van buitenaf. Druk komt vanuit jezelf en dat zou ik toch wel moeten weten, maar aan het begin van een nieuw seizoen mag je nog een paar foutjes maken.

De laatste week heb ik in alle rust doorgebracht en alle lessen een plek gegeven zodat ik in oktober fris van start kan. Ik heb ontzettend veel zin in het aankomende jaar en hoop van het seizoen 2012/2013 een nog mooier seizoen te draaien dan het afgelopen seizoen!

(Een beetje inspiratie is altijd goed, dus bij deze)
Harder kan altijd, zelfs als men zegt dat het onmogelijk is. Roger Bannister kon niet harder dan 4 min op de mijl lopen, en dus deed hij het. In datzelfde jaar volgden verschillende andere lopers zijn voorbeeld!

By | 2017-07-21T09:58:22+02:00 oktober 6th, 2012|Regionaal, Training|0 Comments